6 naar 9

Algemene visie en organisatie
Bij de overstap van veld 6 naar veld 9 vindt er een verandering plaats in de visie op leren; Er wordt uitgegaan van leer- en ontwikkelingslijnen. Dit betekent dat er wordt uitgegaan van het individuele kind; 'Waar staat dit kind in zijn ontwikkeling en hoe kunnen wij als team ervoor zorgen dat dit kind een stapje verder komt?' Ook worden de kinderen betrokken bij en zicht bewust van hun eigen leer- en ontwikkelingsproces. Het invoeren van kind coachgesprekken en het werken met een portfolio komen vaak voor op veld 9 scholen.

Om daadwerkelijk aan individuele onderwijsbehoeften van kinderen tegemoet te kunnen komen, maakt het team een omslag in organisatie. Kinderen worden geclusterd op basis van hun onderwijsbehoeften. Deze clusters krijgen allen een passend onderwijsaanbod. Zo zou een kind uit jaargroep 5 met rekenen een niveau hoger kunnen meedoen, en met spelling een niveau lager. Een strak rooster waarin duidelijk staat aangegeven welke leerkracht voor welke kinderen op welk moment verantwoordelijk is, is daarom van groot belang.

Personeel
Wanneer de overstap wordt gemaakt van veld 6 naar veld 9, betekent dit dat personeelsleden goed op de hoogte moeten zijn van de verschillende leer- en ontwikkelingslijnen. Adaptief werken is een voorwaarde voor dit soort onderwijs. Daarnaast moeten leerkrachten goed in staat zijn om te schakelen tussen verschillende rollen. Het ene moment zijn ze instructeur, dan weer begeleider, inrichter van de leeromgeving, coach of observator.

Leeromgeving
Bij de overstap van veld 6 naar veld 9 wordt de leeromgeving uitdagend en deels zelfinstruerend ingericht. De leeromgeving moet ondersteunend zijn aan de activiteiten die kinderen doen, dus het automatisme dat kinderen altijd een tafel en stoel nodig hebben om te leren is niet meer nodig. Ook moet de leeromgeving kinderen uitdagen tot leren en moet er bewust gekeken worden naar geluidsrijke en geluidsarme activiteiten. Kinderen zijn actief in de leeromgeving aan het werken en spelen, denk aan hoeken, ateliers, uitdagende opdrachten, MI materialen etc. Er zullen aanpassingen in het meubilair gedaan moeten worden. Uitgangspunt is dan steeds het soort activiteit die kinderen doen en welk meubilair daar dan bij hoort. Als je stil werkt aan een schriftelijke oefening vraagt dat een ander soort meubilair dan dat je een samenwerkingsopdracht doet met driedimensionaal materiaal.

Leerinhoud
De grootste verandering qua leerinhoud vindt plaats in de omschakeling van het geven van instructies (met behulp van methoden) naar het werken met leer- en ontwikkelingslijnen. Methoden worden als een van de bronnen ingezet bij het bereiken van de doelen van kinderen. Daarnaast krijgen kinderen meer en meer zelf de verantwoordelijkheid bij de vormgeving van hun onderwijs. Kinderen kunnen meedenken, meepraten en meebeslissen over wat ze wanneer willen leren. Planborden, dag- en weektaken zijn middelen om het eigenaarschap en de zelfstandigheid van kinderen te bevorderen en vergroten.

ICT
Bij de overstap van veld 6 naar veld 9 worden tablets en laptops naast het oefenen van leerstof ook ingezet om digitale instructies te volgen, oplossingen voor vraagstukken te zoeken of het eigen leerproces te monitoren.

Het volgen van leerlingen
Naast het afnemen van reguliere methode-gebonden en methode-ongebonden toetsen, wordt er bij de overgang naar veld 9 meer geobserveerd. Door middel van observaties en gesprekken met kinderen wordt de ontwikkeling gemonitord en gevolgd. Veel teams kiezen ervoor om de eigen ontwikkeling voor kinderen inzichtelijk te maken, bijvoorbeeld door leerlijnen te vertalen naar kinddoelen, te werken met een portfolio etc.

Differentiatie
Bij de overgang van veld 6 naar veld 9 is uitgaan van verschillen het uitgangspunt. Het team is er verantwoordelijk voor dat elk kind op zijn eigen niveau onderwijs kan volgen.

Leiderschap / professionele leergemeenschap
Scholen die zich richting veld 9 willen ontwikkelen, kunnen gaan werken met werkteams die verantwoordelijk zijn voor de organisatie van het onderwijs in een unit. Aan het hoofd van de school staat een directeur, welke een flink aantal taken delegeert aan de unitleider. Elke unit staat onder verantwoordelijk van een unitleider. Deze unitleider is verantwoordelijk voor het dagelijks reilen en zeilen van de unit, het opstellen van het rooster etc. Ook heeft de unitleider lesgevende taken. Naast de unitleider werken andere personeelsleden in de unit, zoals leerkrachten, onderwijsassistenten en / of andere betrokkenen. Samen zijn zij verantwoordelijk voor het onderwijs in hun unit.

School en samenleving
Wanneer een team zich richting veld 9 ontwikkelt, is het noodzakelijk om na te denken over de rol van externe partijen in school. Men kan bijvoorbeeld besluiten om regelmatig talenten van ouders in te zetten, de samenwerking te zoeken met muziek- of sportverenigingen etc. Ook zoeken sommige scholen de samenwerking op met kinderopvang / peuterspeelzalen, om zich te ontwikkelen tot een Integraal Kindcentrum.