Visie op / organisatie van het leren

Bij het anders organiseren van onderwijs kan er een driedeling gemaakt worden in de visie / organisatie van leren. Dit is de uitleg die boven de kolommen staat. Men kan ervoor kiezen om ’s ochtends aan de hand van methoden te werken, en ’s middags groepsoverstijgend. Dit houdt in dat men in de ochtend vasthoudt aan de al bestaande structuur. In de middag onderzoekt de school opties om meer groepsoverstijgend te gaan werken, bijvoorbeeld op het gebied van wereldoriëntatie en / of creatieve vakken. Een tweede mogelijke organisatievorm is om in de ochtend instructies centraal te stellen en in de middag groepsoverstijgend te werken. Bij het centraal stellen van instructies vindt er een verschuiving plaats van het geven van gehele lessen naar het geven van een instructie, waarna kinderen zelfstandig verwerken, bijvoorbeeld in de vorm van een weektaak. Tot slot kan de keuze gemaakt worden om leer- en ontwikkelingslijnen centraal te stellen. Hierbij moet opgemerkt worden dat er bij deze vorm van leren nog steeds gebruik kan worden gemaakt van methoden, zij het als bronnenboek.

Groeperingsvormen van kinderen

Bij het anders organiseren van onderwijs kan ook gekeken worden naar de groeperingsvormen van de kinderen. Dit is de uitleg die bij de drie rijen staat. Een kleine school zal zich bijvoorbeeld snel in verticale units gaan organiseren, gewoonweg omdat dat niet anders kan. Er zijn onvoldoende leerlingen om aan het jaarklassensysteem vast te kunnen houden. Soms maken scholen echter ook uit visieoverwegingen de keuze om in unitstructuur te gaan werken. Grote scholen kunnen voor de groeperingsvorm horizontale units kiezen; een unit met bijvoorbeeld 4 groepen 3. Tot slot kun je er nog voor kiezen om in clusters van 2 basisgroepen te gaan werken. Deze clusters werken in meer of mindere mate samen gedurende de dag.

Het negen velden model

Wanneer men beide gegevens (organisatie van het leren / groeperingsvormen van leerlingen) combineert, komt men op 9 mogelijke combinaties uit om onderwijs anders te organiseren. Scholen kunnen bepalen in welke veld zij op dit moment staan en naar welke veld zij zich graag naartoe willen ontwikkelen (stip aan de horizon). Hierbij moet opgemerkt worden dat een plek in de veld niet statisch is. Sommige scholen zullen bijvoorbeeld meer links in veld 5 staan (net overgestapt van methoden naar instructies), terwijl er ook scholen in veld 5 kunnen zitten die al heel dicht bij de overgang naar het werken met leer- en ontwikkelingslijnen zitten. Ben je nieuwsgierig waar je als school op dit moment staat / waar jij je als school graag naartoe wilt ontwikkelen? Doe dan de Slim Fit test elders op deze website! Aan de hand van 5 vragen ontdek je waar jouw school op dit moment staat of wat jullie stip aan de horizon is!

De lagen

Wanneer men als school een keuze heeft gemaakt waar zij zich naartoe willen ontwikkelen, kan men na gaan denken over een aantal aspecten van hun onderwijs.

  • Algemene visie en organisatie: Welke visie heeft het team op leren? Hoe ziet de organisatie er gedurende de dag uit? Hoeveel overlap is er tussen de verschillende groepen?
  • Personeel: Welke rollen heeft het personeel gedurende de dag? In hoeverre worden er onderwijsassistenten, klassenassistenten en andere functionarissen ingezet?
  • Leeromgeving: Hoe ‘rijk’ is de leeromgeving? Op welke wijze wil men de leeromgeving inrichten?
  • Leerinhoud: Hoe worden de lessen/ instructies gegeven? Welke ruimte is er voor leerlingen om eigen inbreng te hebben? Hoe doelgericht wordt er gewerkt?
  • ICT: Op welke wijze wordt ICT ingezet in het onderwijs? In hoeverre wordt er gebruik gemaakt van laptops en tablets? Welke visie heeft men op ICT in het onderwijs?
  • Het volgen van leerlingen: Hoe worden leerlingen in hun ontwikkeling gevolgd? Op welke wijze wordt hun ontwikkeling vastgelegd?
  • Differentiatie: In hoeverre wordt er gedifferentieerd? Welke mogelijkheden zijn er om differentiatie groepsoverstijgend vorm te geven?
  • Professionele leergemeenschap / leiderschap: In hoeverre is er sprake van een professionele cultuur? Op welke wijze wordt er van en met elkaar geleerd? Wat voor vormen van leiderschap vinden er in de school plaats?
  • School en samenleving: Wat voor rollen hebben ouders binnen de school? In hoeverre is er samenwerking met externe partijen?

Op basis van bovenstaande punten kunnen inzichten en concrete actiepunten worden verworven.